Leen van De Kempische Hoeve
In Meer, een deelgemeente van Hoogstraten, vlakbij de Nederlandse grens begon Leen Peeters amper drie jaar geleden met de Kempische Hoeve. Een CSA groentetuin waar de leden zelf komen oogsten op – voorlopig – net geen hectare. ‘Die groenten zijn bijzaak,’ aldus Leen. ‘Ik wil een plek creëren waar mensen zich thuis voelen.’ Lisa Philips van de redactie van de biodynamische (bd) beweging in België ging met haar in gesprek.
Zorgen als basis
Leen mag ik met vreugde een vriendin noemen. We leerden elkaar kennen tijdens het leertraject van Landwijzer. Van dichtbij heb ik haar weg in de bio- en bd-landbouw mogen ervaren, haar groei als tuinder en haar onstuitbare engagement in de BD-beweging en ver daarbuiten. Na de opleiding, in 2022, kocht Leen samen met haar man Lukas het voormalige melkveebedrijf van haar grootouders dat toen 20 jaar niet meer actief was. Dat was meteen ook het jaar waarin ze het woonhuis verbouwden, een zoon kregen, de zorg voor haar grootvader opnamen en het eerste seizoen op het veld beleefden. En dat allemaal in combinatie met een deeltijdse job als begeleider in de zorgsector.
Dat zorgen zit Leen in het bloed. En de landbouw, tja, dat wist ze ook al snel. ‘Toen ik ging studeren was de landbouw veraf. Het was geen optie om daarvoor te kiezen op dat moment. Ik had gezien hoe hard mijn grootouders gewerkt hadden en hoe mijn vader het ouderlijke bedrijf wilde overnemen, maar daar niet in slaagde. Dus werd het een opleiding orthopedagogie en ben ik met twee voeten vooruit in de zorgsector gestapt, maar al snel bleek dat niet genoeg. Ik miste iets en ging op zoek naar een opleiding die zorg en landbouw combineerde en die op dat moment voor mij haalbaar was. Zo ben ik bij het leertraject van Landwijzer terecht gekomen.’ Het is ook daar en dan dat Leen voor het eerst in aanraking komt met biodynamische landbouw. ‘In die lessen van Geert Iserbyt en Koen Dhoore hoorde ik iets wat ik nog nooit gehoord had en ik voelde er een openheid voor. Ik besloot met een groep cursisten mee te gaan naar de landbouwconferentie in Dornach en weet nog dat ik dacht: dit is erop of eronder. Gelukkig was het erop. Sindsdien ga ik elk jaar.’
Compostzusters
Maar het BD-aspect werd pas echt tastbaar toen Leen tijdens de coronapandemie bij collega Marieke Hoet, die een bloementuin in Brasschaat uitbaat, een composthoop ging opzetten waaraan de preparaten toegevoegd werden. ‘Onder begeleiding van Xavier De Keyser deden we waarnemingsoefeningen tijdens het opzetten en voegden we er de compostpreparaten aan toe. Marieke en ik voelden allebei: dit is wat we te doen hebben. Niet veel later volgde er nog een composthoop en nog een. Ondertussen zijn we met een kerngroep van vijf boerinnen die bij elkaar op het bedrijf composthopen opzetten met de preparaten. Zo kwamen we aan de naam De Compostzusters. Die samenwerking geeft me enorm veel energie. Alleen zou ik dit nooit kunnen doen. Het is door samen te werken dat BD een plaats heeft gekregen op de Kempische Hoeve. Zo ben in ondertussen ook aangesloten bij de collegiale toetsing.’
Over terugduwen
Samenwerking en verbinding zijn de grootste drijfveren voor Leen om aan landbouw te kunnen doen. Ze is actief in de BD beweging in Vlaanderen en bestuurslid bij het CSA-netwerk. Ze organiseert mee de Winterconferentie en de Zomerschool, is lid van een leesgroep en startte mee de Grondgenoten op, een samenwerkingsverband van bioboeren uit de regio Noorderkempen. ‘Er was nood aan een connectie met de bioboeren uit de regio. We wisten wel van elkaars bestaan af, maar daarmee had je het ook gezegd. Uit die vraag om elkaar te leren kennen ontstond een informeel contact onder leiding van Bioforum, ondertussen zijn we doorgestroomd naar een meer professionele aanpak waarin we vooral op zoek gaan naar een manier om praktisch samen te werken. Logistiek blijkt dat toch een uitdaging omdat we ver van elkaar liggen.’
Ook op kleinere schaal zoekt Leen steeds naar die connectie, ook met haar – inmiddels 30 – zelfoogst-deelnemers op het veld. Zo is er Katja, haar vaste vrijwilliger, die elke vrijdag komt helpen en de Kempische Hoeve echt als een oplaadpunt ervaart. ‘Ik zal Katja of een andere hulp op het veld nooit afzeggen, want die momenten zijn zo waardevol, ook voor mij als bedrijfsleider. Ik kom uit een periode waarin ik ontzettend worstelde met op mijn veld te komen. Het lukt me niet om mezelf ertoe te brengen om heel letterlijk die stappen te zetten. Ik voelde me eenzaam. Afgelopen winter, tijdens de conferentie in Dornach, werd me duidelijk hoe dat kwam. Elke ochtend, na het lezen van de Michaelbrief, deden we een oefening onder leiding van een euritmist. Die oefening werd elke dag uitgebreid. Ik geloof dat het de tweede dag was toen er een stuk aan toegevoegd werd waarin we elkaar moesten duwen. Ik voelde zoveel handen tegen mij, maar slaagde er zelf niet in om terug te duwen. Nooit eerder voelde ik me zo onmachtig, ik kon mijn eigen grenzen niet aangeven.’ Leen teert als boer op het engagement van haarzelf en anderen, maar het vraagt veel van haar. ‘Dat is heel duidelijk het proces wat ik aanga, wat ik te leren heb. Niet alles moet nu en niet alles moet meteen van een hoog niveau zijn. Ik leer om geduld te hebben en dankbaar te zijn voor wat er nu al is. Ik kan ook alleen maar doen wat ik doe dankzij het grote vangnet dat ik heb. Mijn moeder en mijn man nemen een groot deel van het huishouden en de zorg voor ons zoontje op zich. Ik heb een job met collega’s die ontzettend veel begrip tonen en zo verder. Daar ben ik extra dankbaar voor.’
Ik ben hier
Leen startte een bedrijf op in een streek met veel gangbare en grootschalige landbouw. ‘Op dit moment voel ik nog niet echt verbinding met mijn boerenburen. Met mijn zelfoogsters gelukkig wel. De mensen die hun weg naar de Kempische Hoeve vinden, daarmee ontstaat een band. Vaak zijn het mensen die al lang op zoek waren naar een alternatief en dat hier nu vinden. Ik zie iets bewegen bij de mensen die hier op het veld komen. Niet alleen hun smaakzin, maar ook hun blik verruimt. Zo kijken ze intussen anders naar het nut van zaadvaste rassen, iets waar ze voorheen nooit bij stilgestaan hadden.’ En daar heb je het weer: Leen en zorgen, dat gaat hand in hand. ‘Mijn doel is dan ook niet per se goede groenten telen, maar mensen een plaats geven en ik zie dat het lukt. Zelfs op deze kleine schaal en in dit gebied kan ik een verschil maken. Met Pasen roerden we het hoorn-mest-preparaat, vlak aan de straatkant. Ik voelde me plots zo zichtbaar en weet nog dat ik dacht: ik ben hier. En ik blijf hier.’
Dromen voor later
Of er nog plannen zijn voor de toekomst vraag ik haar. En die zijn er. ‘Een grote droom is dat er ooit koeien op het bedrijf zullen rondlopen. Een gemengd bedrijf voelt zo logisch aan. Ik zit op dit moment ook met een bemestingsprobleem: nergens in de omgeving raak ik aan biologische mest. Een gesloten systeem zou hierin een uitkomst bieden. Maar ook een vollediger aanbod in voeding, met zuivel en vlees die dat met zich meebrengt zou logischer zijn.’ Daarnaast is meer zorg op het bedrijf een heldere doelstelling waarvoor op dit moment al de eerste concrete stappen worden gezet. ‘Ik ben in gesprek met het Steunpunt Groene Zorg voor een eerste vaste zorgmedewerker op het bedrijf, al is dat nog lang niet voldoende. Maar je kan niet alles tegelijk. We zijn op de goeie weg.’
‘Dankzij de landbouw en alles wat daarbij komt kijken, heb ik een ontzettend rijk leven. Dat durf ik zo zeggen omdat het waar is. Zo werden we onlangs met de compostzusters gevraagd om een panelgesprek te voeren tijdens een Impulsavond op Widar. We vertelden over de kracht van samenwerking. Dat was heel spannend om te doen, maar we hebben het toch maar gedaan! Mijn engagement in de biodynamische beweging staat wel duidelijk op de eerste plaats. Vanaf het prille begin ben ik betrokken. Ik mis geen enkele vergadering of bijeenkomst omdat het mij zo voedt als mens. Nu begrijp ik dat er een pad is dat ik volg, dat ik aankan wat zich aandient. Het vraagt heel veel, maar ik krijg er zo veel voor terug. Met de Kempische Hoeve kan ik laten zien hoe het anders kan. Zelfs met maar een paar leden heb ik het gevoel dat ik impact heb. Ik ben hier toch maar tussen die gigantische aardbeikassen en varkensstallen. Ik had het evengoed niet kunnen doen… Dat heb ik geleerd en daar blijf ik in bijleren. Geduld hebben. Ik moet de dingen de tijd gunnen, ook mezelf.’
Lisa Philips is redactielid bij de Belgische BD beweging.